gebeuren (vervoegen)

Vervoeging:

  • iets gebeurt, het gebeurt, dingen gebeuren
  • iets gebeurde, het gebeurde, dingen gebeurden
  • het is gebeurd
  • de gebeurde feiten

Er is een eenvoudig trucje om te achterhalen of u de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd met -t of -d moet schrijven: vergelijk het werkwoord waarover u twijfelt met een werkwoord waarover u niet twijfelt – bijvoorbeeld regenen – en spel het op dezelfde manier.

  • het gebeurt, zoals het regent
  • gebeurt het, zoals regent het

Er is ook een trucje om te achterhalen of u aan het eind van het voltooid deelwoord -t of -d moet schrijven. U kunt daarvoor vergelijken met de verledentijdsvorm. Als die op -de(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -d. Als de verledentijdsvorm op -te(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -t.

  • het is gebeurd, met een d zoals in gebeurde

Om te achterhalen of u wel degelijk met een voltooid deelwoord te maken hebt, kunt u het werkwoord vervangen door een werkwoord dat in het voltooid deelwoord met ge- begint maar niet in de infinitief, zoals zeggen. Bij zulke werkwoorden is er geen verwarring mogelijk tussen het voltooid deelwoord en een andere vorm.

  • dat was gebeurd, vergelijkbaar met dat was gezegd
  • gebeurd is gebeurd, vergelijkbaar met gezegd is gezegd


werkwoordspelling - stam en tegenwoordige tijd
werkwoordspelling - voltooid deelwoord

Taaladvies.net
D / t (tegenwoordige tijd): hij beloofd / hij belooft

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 10.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback
Volg ons