betreuren: ik betreur het / het betreurt mij*

Het werkwoord betreuren heeft de betekenissen 'jammer vinden', 'spijt hebben over', 'bedroefd zijn over'. Het is overgankelijk. Dat betekent dat het een lijdend voorwerp bij zich krijgt.

  • Ik betreur de grote verdeeldheid binnen het bestuur.
  • Ik betreur dat het bestuur erg verdeeld is.

Het werkwoord betreuren wordt niet gecombineerd met een indirect object (zoals in het spijt mij). Het betreurt mij* en het betreurt ons* zijn dus niet correct.

Vervoeging:

  • ik betreur, jij betreurt, hij betreurt, wij betreuren
  • ik betreurde, wij betreurden
  • ik heb betreurd
  • de betreurde beslissing

Taaladvies.net 
Betreuren (mij betreurt / ik betreur)

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 13.000 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons