ik / mij

Het is aanbevolen om in vergelijkingen de vorm ik te gebruiken na dan en als. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Hij is jonger dan ik (ben), en niet Hij is jonger dan mij (ben)*.

  • Hij is jonger dan ik.
  • Ze hebben een andere auto dan ik.
  • Steffie is even blij als ik.
  • Stijn is (net) zo belangrijk als ik.
  • Koen verdient evenveel als ik.
  • Zij denkt hetzelfde als ik.

Na zoals heeft de vorm ik de voorkeur. U kunt die vorm ook in dit geval vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Ze is niet zoals ik (ben), en niet Ze is niet zoals mij (ben)*.

  • Ze zingt niet zoals ik.
  • Ze zijn op zoek naar een acteur zoals ik.

Bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken – zoals vinden, appreciëren, achten – is zowel ik als mij mogelijk, maar dan is er een betekenisverschil.

  • Hij apprecieert Mieke meer dan ik. (= meer dan ik haar apprecieer)
  • Hij apprecieert Mieke meer dan mij. (= meer dan hij mij apprecieert)
  • Hij apprecieert Mieke niet zoals ik. (= zoals ik haar apprecieer)
  • Hij apprecieert Mieke niet zoals mij. (= zoals hij mij apprecieert)

Taaladvies.net
Zoals hem / zoals hij

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback