naamloos / nameloos

De woorden naamloos en nameloos hebben een verschillende betekenis. Naamloos betekent 'zonder naam'.

  • Hun kinderen waren de eerste dagen van hun leven naamloos.
  • Hun baby is een maand naamloos gebleven.

De betekenis van nameloos is 'onnoemelijk groot', 'erg'.

  • Op de inschrijvingsdag was er een nameloze chaos.
  • Hij is nameloos gelukkig.

Taaladvies.net
Werkeloos / werkloos

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback