op haar plaats zijn / op zijn plaats zijn

Zowel op haar plaats zijn als op zijn plaats zijn is correct als het onderwerp een enkelvoudig vrouwelijk woord is dat een zaak of dier aanduidt. In de plaats van zijn is ook de vorm z'n correct.

  • Een kleine beloning is dus zeker op haar / zijn / z'n plaats.

Als we naar personen verwijzen, passen we het bezittelijk voornaamwoord wel aan.

  • De nieuwe secretaresse was daar zeker op haar plaats.

Taaladvies.net
Op hun / zijn plaats (beschuldigingen zijn hier niet -)

Meer weten over Team Taaladvies?

Lees ons magazine!

cover Heerlijk Helder-magazine

Hebt u een taalvraag?

Nieuwsbrief krijgen?

  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 12.500 abonnees

Spellingtests

  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback

Volg ons