willen (vervoegen)

Vervoeging:

  • ik wil, je wilt / wil, u wilt / wil, hij wil, wij willen
  • ik wilde / wou, wij wilden
  • ik heb gewild

Bij de je/jij- en de u-vorm is er vaak twijfel over de keuze tussen wilt en wil.

Je wilt en je wil zijn allebei correct. De vorm wilt is de neutrale vorm in het hele taalgebied: je wilt, jij wilt. In België is ook de vorm wil neutraal; in Nederland wordt die als informeler beschouwd: je wil, jij wil. Als je de betekenis van men heeft, zijn beide vormen gelijkwaardig. Bijvoorbeeld: Je wilt / wil zoiets toch niet weigeren?

Ook u wilt en u wil zijn allebei correct. De vorm wilt is de neutrale vorm in geschreven taal: u wilt, wilt u. In België is in gesproken taal ook de vorm wil neutraal; in Nederland wordt die als informeel beschouwd: u wil, wil u.

De neutrale vorm wilt komt overeen met de vorm die ook bij ge/gij wordt gebruikt: ge wilt.

Vergelijkbare werkwoorden zijn kunnen en zullen: je kunt / je kan, u kunt / u kan, je zult/ je zal, u zult / u zal.

Taaladvies.net
Je wil, zal, kan / je wilt, zult, kunt
U wil, zal, kan / wilt, zult, kunt

Hebt u een taalvraag?
Nieuwsbrief krijgen?
  • vraag & woord van de week
  • wekelijks in uw mailbox
  • meer dan 11.000 abonnees
Spellingtests
  • ontdek hoe goed u spelt
  • geen exotische kwesties
  • meteen feedback